woensdag 17 april 2013

Bij de dood van de laatste vooruitstrevende bisschop


Hij zag destijds het stelen van een brood
Als daad die toegestaan was voor de armen.
Hij had met wie het minder had erbarmen
En wilde hem verlossen uit zijn nood.

Ook voor wie aids had was zijn hart heel groot
En Rome 's standpunt wou hij niet omarmen.
Hij was een mens aan wie men zich kon warmen
En die slechts koud kon worden door de dood.

Maar ja, dat is nu eenmaal hoe het gaat,
Want zelfs een oude bisschop krijgt zijn kwalen.
Hij schikte zich. Hij wist dat god bestaat
En hem ooit op een goede dag zou halen.

Hij was modern en niet voor 't celibaat
Maar zal daarvoor bij god geen tol betalen.

maandag 8 april 2013

Bij de dood van The Iron Lady

Al spoot ze liters haarlak in haar haren
En dacht men zelfs dat zij van ijzer was,
Al wist ze met haar mond in een grimas
Als eerste vrouw haar eigen koers te varen

Al was ze nogal machtig vele jaren
En sloeg ze vakbondsleiders met haar tas,
Al hief ze met vriend Reagan graag het glas
En wou ze communisme dood verklaren

Ze wist dat ijzer eens gaat oxideren,
Ze wist dat haar toch op den duur vergrijst
En dat dit met geen haarlak valt te keren

Ze wist dat roem zijn tol een keertje eist
En niemand op vervlogen roem kan teren,
Ze wist dat niemand uit zijn as herrijst.  

zaterdag 6 april 2013

Zolang oma leest


Zolang als oma in de krant kan lezen
En in de Elsevier of de Margriet,
Zolang ze elke dag nog letters ziet
Zal zij van ieder kwaaltje nog genezen.

Zolang ze leest zal zij nog helder wezen
En wordt ze dus geen oude zielenpiet,
Zolang ze er nog zichtbaar van geniet
Is er voor ons geen reden om te vrezen.

Zolang een boek haar brengt in hoger sferen
En zij van lezen nog de lol kan zien
Zolang zal haar de ouderdom niet deren.

Ze leeft al lezend nog een jaar of tien.
Ze blijft zo steeds haar hersens stimuleren
En zal ook niet snel vallen bovendien.

woensdag 3 april 2013

De nieuwe anchorvrouw

Mijn hart sprong op. Wat was ik opgetogen
Toen ik het op een nieuwssite had gezien:
De nieuwe anchorvrouw wordt Annechien
Als Sacha straks in mei is uitgevlogen.

Haar korte zwarte haar, haar mooie ogen,
Haar sensuele mondje bovendien,
Zij stond bij mij al hoog in de top tien.
Sinds ik haar zag, heb ik haar steeds gemogen.

Al zal ze heus de feiten niet verdraaien
Als zij het nieuws om acht uur presenteert
De wind zal vast wat aangenamer waaien.

Wanneer zij nieuwsberichten uitserveert
Dan zal de wereld zeker wat verfraaien
En raak ik, kijker, niet gedeprimeerd.  

zondag 24 maart 2013

Doel


Voor Jan Kal

Dit vers is voor mijn voorbeeld, dichter Kal
Die net als ik sonnetten kan waarderen.
Hij liet er daarvan vele publiceren,
Ja zelfs een bundel met een duizendtal.

Of ik hem ooit nog evenaren zal
Dat zal de tijd, mijn leidsman, moeten leren.
Ik wil, zo denk ik nu, het gaan proberen.
De helft ervan die nadert immers al.

Een bundel met een duizendtal gedichten
Met op de kaft ervan mijn eigen naam
Dat is een doel waarop ik mij ga richten.

Jan Kal is qua sonnetten meer bekwaam.
Dat geeft een druk waarvoor ik niet wil zwichten
Want ooit, wellicht, krijg ik dezelfde faam.

Kom, lente


Wat heeft toch deze winter lang geduurd,
Wat heeft de kou toch lang ons kunnen kwellen.
In heel mijn lijf, in al mijn lichaamscellen
Ben ik door deze kou te zeer verzuurd.

De winter heeft ons als een burcht ommuurd,
De sneeuw ging gaandeweg ons meer beknellen.
We hadden met dit weer het zwaar te stellen
Alsof een boze god het had gestuurd.

Maar nu, eind maart, het is de hoogste tijd
Dat wij aan deze ketens gaan ontsnappen
En dat de zon ons uit die burcht bevrijdt.

Kom, lente, toon je fraaiste eigenschappen,
Geef volop blijk van jouw aanwezigheid,
Verkwik ons lijf en alle lichaamssappen.

zaterdag 23 maart 2013

Neushaartjes


Er komen kleine haartjes uit mijn neus,
Er groeien zelfs ook plukjes op mijn schouder.
De aanblik wordt, naarmate ik verouder,
Nou niet bepaald van dat je zegt flatteus.

Ik was een slanke man. Maar nu? Niet heus,
Mijn buikje wordt me gaandeweg vertrouwder.
Ik krijg het als ik sport ook snel benauwder
En ben niet meer als vroeger ambitieus.

Ik kan die haartjes in mijn neus gaan trimmen,
Die van mijn schouder scheren met een mes,
Ik kan mijn huid met zalf weer laten glimmen.

Maar och, dat heeft slechts tijdelijk succes.
Qua jaren blijf ik op de ladder klimmen,
De geest der jeugd komt nooit meer uit de fles.