donderdag 28 november 2013

Terwijl de tijd

Terwijl de tijd minuten en seconden
Als veel te gulzig monster tot zich neemt
Terwijl de klok steeds stukjes leven claimt
Door elke keer de cirkel weer te ronden

Terwijl een nieuwe dag mij onomwonden
Vertelt dat ik van vroeger ben vervreemd
Terwijl ik als een vluchteling, ontheemd
Steeds sneller richting toekomst wordt gezonden

Probeer ik mij te laven aan het nu
Ik wil niet dat de tijd met mij kan sollen
Of over mij de baas speelt, nondeju!

Al gaan de wijzers nog zo door met hollen
Ik schrijf een mooi gedichtje op voor u
Om, even maar, de tijd te laten stollen

donderdag 21 november 2013

Metamorfose

Die kerel in de spiegel kijkt mij aan
Alsof ik iets van hem heb aangetrokken
En hij, beneveld door wat flinke slokken,
Met mij eens stevig op de vuist wil gaan

Ga weg, denk ik. Hij blijft verdomme staan
En grijnst naar mij. Ik ben een held op sokken
Die van zijn aanblik hevig is geschrokken
En roepen wil: Ik heb heus niets gedaan

Dan wrijf ik restjes slaapzand uit mijn ogen
Ik maak mijn voorhoofd, neus en wangen nat
En pak een handdoek om me af te drogen

Ik zie mezelf: mijn huid is niet meer glad
Al heeft de spiegel enigszins gelogen
Ik heb mijn beste tijd al lang gehad

maandag 28 oktober 2013

'A perfect day'; bij de dood van Lou Reed

Hij kende het: een haast perfecte dag,
Zo een waarop problemen zijn verdreven
Waarop je kunt genieten van het leven
Gewoon omdat van alles kan en mag.

Zo’n dag waarop je rondloopt met een lach
En samen met die ander lijkt te zweven.
Hij heeft ooit in een prachtig lied beschreven
Hoe zij hem zich vergeten liet. Maar ach …

Zo’n dag kan in een liedje voortbestaan
Maar in het echt kon hij zich niet vergeten
En is die dag gewoon voorbijgegaan. 

Hij heeft toen hij dit lied schreef reeds geweten
Dat hij hiermee de tijd niet kon verslaan
Al heeft dit hem als ieder mens gespeten. 

donderdag 24 oktober 2013

Jeugdzonde

Ooit speelde ik een middag Zwarte Piet
En liet mijn hoofd met schmink heel donker maken.
Ik diende Sint. Ik deed heel trouw mijn taken,
Zong hard mee met het ‘Zie de stoomboot’-lied.

En had een kind als hij mij zag verdriet
Dan gaf ik snoep. Dat liet zo’n kind zich smaken.
Zo wist ik menig kinderhart te raken
En kreeg ook van hun ouders veel krediet.

Nu, jaren later, blijkt dat ik die dag
Een deel was van racistische praktijken.
Uit vrije wil. Ik ben dus flink van slag.

Ik liet mij als een knecht van Sint bekijken 
En kon zo op een slaaf van blanken lijken.  
Hoe stom dat ik dat destijds nog niet zag.

woensdag 2 oktober 2013

Vaker naar Lelystad

Ik was nog nimmer in het nieuwe land
Dat nog een zee was toen ik werd geboren.
Dat Flevoland, zo zat tussen mijn oren
Daarmee krijg ik mijn leven lang geen band.

Dit echter bleek vandaag een misverstand:
Ik mocht er een gedicht gaan laten horen
Dat door een jury daar werd uitverkoren
En men beloonde mij met gulle hand.

Ik deed dus in de polder goede zaken
Omdat men mij vereerde met een prijs:
Een envelop gevuld met heel wat knaken.

Het was naar Lelystad een lange reis
Maar deze zal ik vast nog vaker maken:
Het is voor dichters daar een paradijs.

donderdag 26 september 2013

Bij de dood van Gerrie Mühren

Hij hield met groot gemak een aantal uren
Een bal omhoog op straat of op het gras.
Dan leek het of het reuze simpel was
En desnoods wel een eeuwigheid kon duren.

Geen speler had techniek als Gerrie Mühren
Of was er met een bal zo in zijn sas.
Geen tegenstander kwam er aan te pas:
Hij legde hem gewoonweg in de luren.

Degenen die destijds zijn spel aanschouwden
Die rilden van verrukking en genot
Waarna ze jaren later om hem rouwden.

Want Gerrie werd te ziek en bleek tot slot
De bal niet eeuwig hoog te kunnen houden.
Of houdt hij hem nu ginds omhoog bij god?

donderdag 19 september 2013

Ode aan mijn studentenstad

Nu alle drie mijn kinderen er wonen
Op kamers ginds in mijn studentenstad
Herleeft de mooie tijd die ik er had
En wil ik haar mijn liefde nogmaals tonen.

O Nijmegen, ik wil jou graag bekronen.
Al werd dan de relatie ook een LAT
Toch wil ik jou hier laten weten dat
Ik nooit een stad zag die jou kon onttronen.

Ik woonde vier jaar lang in Brakkestein
En daarna nog eens vier jaar op drie plekken
Maar zelfs in Dukenburg had ik het fijn.

Wat ik toen in die jaren mocht ontdekken
Bleek later steeds een rijke bron te zijn. 
Ik zal nooit echt uit Nijmegen vertrekken.