Mijn vader is gebouwd van trots
fier rechtop draagt hij zijn
negentig
jaren, herinnert hoe zijn moeder
jongen zei en wijze
woorden
Hij bezoekt wel begrafenissen maar
veegt de dood eruit, praat
door
en klampt zich vast aan zijn pen
gereedschap om zich vast te
leggen
Ook nu zijn vrouw het scheerschuim
in zijn oren niet meer ziet
bidt hij
elke avond of hij heer zich
's morgens toch weer scheren
mag
Dan schrijft hij brieven of een kaart, er is
altijd wel een
kleinkind jarig en anders
is de wandeling het doel de handeling
van zelf
zo'n kaart te kunnen posten
donderdag 23 januari 2014
zondag 12 januari 2014
Rimpels
Het jaar is
jong. Het heeft nog weinig vlekken
Er zitten op
zijn rimpelloze huid
Wat
vuurwerkresten, hier en daar wat kruit
Maar
nauwelijks nog blauwe, beurse plekken
Er klinkt
een nieuwe hoop door in gesprekken
En
vooralsnog blijft kil cynisme uit
De neergang
van het leven lijkt gestuit
Waardoor we
oude kansen herontdekken
Maar och,
wat gaan de dagen vliegensvlug
Ik zie de
eerste rimpels al verschijnen
En reeds
wordt jonge huid al ruw en stug
De nieuwe
hoop mag echter niet verdwijnen
Want vlekken
komen al te snel terug
En verse
wonden zullen hevig schrijnen dinsdag 7 januari 2014
Dode vogel
Hoe mooi,
een dode vogel in het gras
Zo op het
oog nog gaaf en ongeschonden
Alsof hij
hier een slaapplaats heeft gevonden
En droomt
van hoe fantastisch vliegen was.
Hoe stil hij
ligt – hij ligt hier nog maar pas
Niet wetend
wat hem onderweg verwondde
Als werd hij
naar mijn achtertuin gezonden
Om daar te
rusten op een zacht matras.
Zo was het
ook hoe ik mijn moeder zag
Toen zij
voor ’t laatst haar ogen had gesloten,
Zo mooi
alsof ze stil te rusten lag.
Hoewel er
tranen in mijn ogen schoten
Wist ik
meteen: dit is een mooie dag
Omdat zij
van haar vliegreis heeft genoten.
(Ingezonden voor Turing Nationale Gedichtenwedstrijd; bij beste 1000, helaas niet bij beste 100 gedichten)
maandag 6 januari 2014
Ode aan Eusébio
Al werd je
als Eusébio geboren
Een
voetbalfenomeen uit Mozambique
Al had je
ooit een prachtige techniek
En wist je elke
wedstrijd haast te scoren
Al kon jouw
spel veel voetbalfans bekoren
En was je altijd
scherp en fanatiek
Al raakten tegenstanders
in paniek
En waste jij
hen steeds opnieuw de oren
Al kon je
ballen raak en snoeihard schoppen
En werd Benfica
daardoor sterk en groot
Al liet je zoveel
harten sneller kloppen
Toch raakte
jij te jong in ademnood
Doordat jouw
eigen hart besloot te stoppen
En ging jij,
Parel, Zwarte Panter, doodzondag 22 december 2013
Dromen van
Weer ging
een jaar verbazend snel voorbij
En vielen
alle blaadjes van de bomen,
Weer ging
een zomer voor de herfst opzij
En is te
snel de winterkou gekomen,
Weer had de
tijd alleen de heerschappij
En heeft hij
ons een vol jaar afgenomen,
Weer lopen
wij in winterse kledij
En kunnen
van wat was alleen nog dromen.
Maar dromen
doen we ook van fris en groen
Van weer een
jonge lente in ons leven
En wat de
zon met onze huid zal doen.
Wat zal het
nieuwe voorjaar ons gaan geven
En wordt de
zomer weer zo’n mooi seizoen
Al duurt
die, net als dit jaar, ook maar even?donderdag 28 november 2013
Terwijl de tijd
Terwijl de
tijd minuten en seconden
Als veel te
gulzig monster tot zich neemt
Terwijl de
klok steeds stukjes leven claimt
Door elke
keer de cirkel weer te ronden
Terwijl een
nieuwe dag mij onomwonden
Vertelt dat
ik van vroeger ben vervreemd
Terwijl ik
als een vluchteling, ontheemd
Steeds sneller
richting toekomst wordt gezonden
Probeer ik
mij te laven aan het nu
Ik wil niet
dat de tijd met mij kan sollen
Of over mij
de baas speelt, nondeju!
Al gaan de
wijzers nog zo door met hollen
Ik schrijf
een mooi gedichtje op voor u
Om, even
maar, de tijd te laten stollendonderdag 21 november 2013
Metamorfose
Die kerel in
de spiegel kijkt mij aan
Alsof ik
iets van hem heb aangetrokken
En hij,
beneveld door wat flinke slokken,
Met mij eens
stevig op de vuist wil gaan
Ga weg, denk
ik. Hij blijft verdomme staan
En grijnst
naar mij. Ik ben een held op sokken
Die van zijn
aanblik hevig is geschrokken
En roepen
wil: Ik heb heus niets gedaan
Dan wrijf ik
restjes slaapzand uit mijn ogen
Ik maak mijn
voorhoofd, neus en wangen nat
En pak een
handdoek om me af te drogen
Ik zie
mezelf: mijn huid is niet meer glad
Al heeft de
spiegel enigszins gelogen
Ik heb mijn
beste tijd al lang gehad
Abonneren op:
Posts (Atom)