dinsdag 28 mei 2013

Voor Jaap

Soms houdt het zoeken naar een woord me wakker
En weet ik echt niet hoe ik verder moet
Dan denk ik: dit gedicht wordt nooit meer goed
En voel ik mij een dwaas, een arme stakker.

Gelukkig heb ik in die nood een makker;
Al heb ik hem dan live nog nooit begroet
Hij heeft me vaak geholpen en behoed
Dus schrijf ik deze ode voor Jaap Bakker.

Geen boek waar ik zo vaak in heb gekeken,
Waarin ik zoveel van mijn gading vind
Als Jaap zijn woordenboek, zo is gebleken.

Hij geeft me elke keer een goede hint
En weet zo een impasse te doorbreken
Waarvan ik net zo blij word als een kind.

Vragen

Heeft hij een grijze baard en lange haren
Of is het soms een vrouw en is ze zwart?
Heeft hij of zij een hoofd en ook een hart
Dat klopt en tobt en oud wordt met de jaren?

En zou een god ook wel eens navelstaren
En is hij weleens angstig of verward
Of dagenlang totaal vervuld van smart
Zodat hij dreigt de hoop te laten varen?

Wanneer ik niet geloof dat hij bestaat
Zal hij zich dan toch over mij ontfermen
Wanneer het straks wat minder met mij gaat?

Is als ik van de pijn flink lig te kermen
Het dan voor een gebed tot hem te laat
Of zal hij mij dan desondanks beschermen?

donderdag 23 mei 2013

Examenzaal


Hun blik is steeds weer in zichzelf gekeerd
Om in hun overvolle hoofd te zoeken
Naar wat er in hun schrift stond of hun boeken,
Waaruit de laatste dagen is geleerd.

Soms wordt er even wat geconsumeerd
Uit flesjes drank of pakjes zoete koeken.
Soms zit een leerling binnensmonds te vloeken
Omdat een stomme vraag hem flink frustreert.

Bij elk examen drie uur concentratie,
Niet praten, geen mobieltje in de buurt
Dat is voor hen op zich al een prestatie.

En dan zo'n surveillant die hen begluurt
Terwijl het steeds meer ruikt naar transpiratie.
Het lijkt of drie uur zo nog langer duurt.

maandag 20 mei 2013

Voor een vriend

Een vriendschap die bestand is tegen jaren
En tegen wat zich voordoet op je pad
Die dreef op wat je vroeger samen had
Toen jullie jong en onbezonnen waren

Maar die nu ik jouw huid zie door je haren
En jij zegt: "Goh, jouw buik is niet meer plat"
Door beiden nog op waarde wordt geschat
En als een stevig stoomschip voort blijft varen

Zo'n vriendschap die voor tegenwind niet zwicht
Al heeft het schip een tijd lang stilgelegen
En is er wel wat schade aangericht

Maar die heeft onze band niet stuk gekregen.
We blijven, reeds wat oud in ons gezicht
Elkander door de tijd heen toegenegen.

zondag 12 mei 2013

De magnolia bloeit

Wanneer de lente winter heeft verslagen
En dat wat dood leek toch nog levend blijkt
Wanneer de kou uit onze botten wijkt
En steeds wat langer licht valt op de dagen

Dan is er niets wat zozeer kan behagen
En zozeer met haar nieuwe schoonheid prijkt
Dat men er met verwondering naar kijkt
Als deze boom  die bloemen is gaan dragen.

De witte of de roze bloemenpracht
Kan echter nogal snel wat bruin gaan kleuren 
Wanneer het onder nul is in de nacht.

Ook zonder nachtvorst zie je dit gebeuren:
De bloemen vallen sneller dan je dacht.
Wat valt die korte bloeitijd te betreuren.

woensdag 8 mei 2013

Ochtendconcert


Toen ik vanochtend vroeg al wakker werd
Nadat een boze droom mij nogal kwelde
Was ik getuige van een heus concert
Waarin zich vele vogels lieten gelden.

Ik was, nog slaperig, meteen alert
En hoorde wat zij allemaal vertelden.
Wat zijn ze, dacht ik, heerlijk extravert,
Wat hebben ze elkaar toch veel te melden.

Mijn droom was mij onmiddellijk ontschoten
En ik heb van dat opgewekt gefluit
Als nooit tevoren heel intens genoten.

Een uurtje later zei ik: "Kom, eruit!"
Ze hebben niet voor niets zo mooi gefloten
Maar deze dag vol kansen ingeluid.

maandag 6 mei 2013

Nooit meer lente

De lucht is blauw. We zitten lekker buiten.
De voorjaarszon brandt op mijn winterhuid.
Het waait, maar er is nauwelijks geluid
Dus hoor ik hoe de vogels liedjes fluiten.

Ik voel het gras dat kriebelt aan mijn kuiten
En ruik de lente, geurig en gekruid
De tijd gaat trager dan normaal vooruit
Maar de natuur die laat zich niet meer stuiten.

Hoe mooi! Maar mij blijft steeds te binnen schieten
Hoe zij die van de zon zozeer genoot
Van deze lente niet meer kan genieten.

De laatste mooie herfstdag ging ze dood
Waarna wij in de tijd haar achterlieten
En winterkou voor altijd haar omsloot.